Martijn Schrijft

Een leven op rolletjes

Auteur: Martijn (pagina 1 van 3)

‘Werkende gehandicapten zonder pensioen?’

Onlangs kwam dit in het nieuws:

Soms word ik een gewoon moedeloos, gefrustreerd en een beetje verdrietig van de maatschappij, de politiek en de journalistiek. Het politieke voornemen om het pensioen en minimumloon voor bepaalde mensen met een beperking af te schaffen bijvoorbeeld.

Natuurlijk is het voornemen zelf al te belachelijk voor woorden. Alhoewel? Als het kabinet het geld wat er met de maatregel bespaard wordt nu in actievere opsporing van CP bij foetussen en babies steekt, dan komt men er sneller achter. Verruim de definitie van euthanasie en ‘ondraaglijk lijden’ en men is er vanaf vóór de kosten uit de hand gaan lopen. Al die onzelfstandige, dure, zorgbehoevende gehandicapten, je hebt er alleen maar last van.
En al die gehandicapten die al die jaren tóch al zoveel zorggeld hebben gekost, daar kun je het pensioen wel flink van korten. Geven ze tenminste nog wat terug aan de maatschappij.
Heb ik het zo goed samengevat, mijnheer de minister-president?

Maar de berichtgeving er over, daar schort het ook nog flink aan. Zoveel vragen blijven onbeantwoord. Gaat het om álle werkende gehandicapten? Of alleen de parttimers? Of die met een gedeeltelijke uitkering? Die op een sociale werkplaats? En wat nu als ze onder een CAO vallen? Often contract hebben waar zwart op wit een salaris in staat vastgelegd? En wat valt er onder gehandicapt? Doof, blind, rolstoelgebruiker, autistisch, MS, kanker, geboren zonder arm of been? Moet ik, net als Noortje in het NOS-artikel met Cerebrale Parese, me zorgen gaan maken over mijn pensioen en salaris? Het zo zowel de politiek als de nieuwsmedia sieren als er wat duidelijker wordt gecommuniceerd.

Ik maak me niet gauw boos, of ik probeer dit soort nieuwsberichten zoveel mogelijk te negeren. Maar soms…soms komt het te dichtbij en kan ik het niet loslaten. En héél soms schrijf ik het van me af…

Lowlands 2017

Lowlands 2017 zit er weer op. Het was overwegend natte en frisse editie die niet had misstaan in het voor- of najaar. Een slimme meid is echter op het weer voorbereid. Met regenjas, -broek en vuilniszak voor om het zitkussen heb ik het hemelwater overleefd en met prima kunnen vermaken.

‘Maar hoe was de muziek dan, Martijn?’ zullen jullie je afvragen. Of niet, dat kan ook natuurlijk. In dat geval heb je pech want ik vertel het toch. En geluk, want ik ben geen muziekrecensent dus het blijft (relatief) kort.

Vrijdag: onverwacht hoogtepunt was ouwe rocker Iggy Pop. Na de vijf minuten die ik eerder die middag bij reggae-rapper Sean Paul stond was Mister Lust For Life een verademing. Hij doet niet onder voor andere actieve oudgediendend als Mick Jagger en Bruce Springsteen.

Van Chef’Special en Mura Masa werd ik niet bijzonder enthousiast, maar kwalitatief goed vermaak was het wel.

De laatste act van de dag, The XX gaf een prima show weg, maar ik miste de magie een beetje. Dat kan ook gelegen hebben aan de lage temperatuur die een comfortabel genieten van het optreden lastig maakte.

Zaterdag: Tove Lo vormde de start van mijn LL-zaterdag. Superstrakke act, toffe show, dikke voldoende. Zaterdagafsluiter Editors gaf een show weg waar niks op aan te merken viel. Groots, strak en mooi. Kovacs en Bastille, van het zelfde laken en pak. Ruime voldoende. Shins krijgt een zeventje. Eigenlijk alleen ‘New Slang’ wist me echt te pakken, de rest was, alhoewel nagenoeg foutloos uitgevoerd, meer een opeenstapeling van nummers dan een vloeiende show.

Hoogtepunt van de dag was toch echt wel Elbow. Bijna de hele show kippenvel op de armen gehad van de grootse en toch intieme show die ze weten neer te zetten.

Zondag: Een droge dag, hoezee! Cypress Hill gaf ‘s middags in het zonnetje een prima optreden weg. Ik ben niet echt van de hiphop, maar entertainen kunnen de heren absoluut. Dikke nope was At The Drive In. Hardrock-dino’s die al eerder op LL stonden en nog een keer mochten, voor old time’s sake. Te hard, te raar, na vijf minuten heb ik me uit de voeten gemaakt.
Overige zaterdagoptredens in de categorie ‘niks mis mee, prima vermaak’: Halsey en Flume.

Dagafsluiter Mumford and Sons was by far de beste act van het festival dit jaar. Retestrak, geweldige show, helemaal niks op aan te merken. Een betere manier om het wekend af te sluiten is er niet.

Op maandagochtend weer naar huis rijden gaat altijd gepaard met een gezonde dosis ontnuchterende melacholie. Na drie dagen helemaal ondergedompeld ter zijn in festivalsamenleving waar peace, love en happiness de boventoon voeren en je niet met de boze buitenwereld kan en wil bezigzijn voelt het een beetje als afkicken.

Maar…het aftellen naar Lowlands 2018 is begonnen!

De Schoolcampus

Een stukje uit de oude doos, circa 2007. Van vroeger, toen de V&D nog bestond, de lucht nog schoon, seks nog vies en ik nog geen ouwe lul was.

De V&D-schoolcampus, een tijdelijke afdeling in de V&D met een overdadige hoeveelheid schoolspullen. Agenda’s, kaftpapier, multomappen en etuis, alles voor de beginnende en gevorderde scholier is er te vinden.

Zo’n schoolcampus was interessant terrein om eens een uurtje het publiek te observeren. Ruwweg kunnen de bezoekers van een schoolcampus in drie groepen verdeeld worden. Groep 1 bestaat uit ouders met kinderen., vaak kersverse brugklasklanten. Het assortiment schoolspullen wordt bijna in zijn geheel ingeslagen, want ja, je moet natuurlijk wel goed voorzien zijn. Lijntjesschrijften, ruitjesschriften, lineaal, balpen, potlood, vulpen, schaar, lijmtift, kleurpotloden, geodriehoek, werkelijk alles wat op het aanbevelingslijstje van de nieuwe school staat verdwijnt in het mandje.

En wie denkt dat er dan naar de prijs wordt gekeken heeft het mis. Er wordt naar het merk gekeken. Wie aankomt met een simpele HEMA-agenda valt uit de toon. Fokke & Sukke, Vis, Diddle, O’Neal, Hitkrant, als het maar hip is. Dat driekwart van de schooltasinventaris niet wordt gebruikt maakt niet uit. De gemiddelde schoolcampustrip duurt dan ook vaak  minstens een uur.

De tweede groep zijn de zelfstandige, iets meer gevorderde scholieren. Een hippe agenda wordt nog steeds aangeschaft, net als bijpassend kaftpapier en een kek etui. Onnodige en nutteloze items worden weggelaten, dingen die van een vorig jaar nog goed te gebruiken zijn (lees: nog niet helemaal uit elkaar gevallen zijn) worden hergebruikt.

De laatste groep is de doorgewinterde scholier en/of student. Deze groep is maar kort aanwezig omdat men precies weet wat men nodig heeft en wat men wil hebben. De gemiddelde stapel artikelen omvat vaak niet meer dan een setje simpele schriften, een nieuwe vulling voor de agenda, 2 rollen simpel bruin kaftpapier en een pak multopapier. Merkspul is aan deze mensen niet besteed, ze zijn door de jaren wijs geworden. Geld kan beter besteed worden aan bier en uitgaan, nietwaar? In 10 minuten staat men weer buiten. Meelijwekkend wordt daar nog even gekeken naar de brugsmurfjes in wording die met volgeladen tassen naar buiten komen strompelen.

Iedereen heeft die drie groepen doorlopen, vandaar dat het observeren van die mensen zo amusant is. Je zou vanwege de nostalgie bijna zelf een mandje volladen met een gave agenda, cool kaftpapier, een vet etui, een …

Wat een weer…

De regen plenst, de wind waait hard, de stad is nat en grijs

Mensen haasten zich te voet of te fiets van werk of school naar huis, half verzopen of ingepakt in lagen kunstof.

De een vloekt en moppert, overvallen door de hoeveelheid regen. De ander peddelt moedig tegen de wind in, goed voorbereid warm gehouden door regenpak of poncho.

Thuis wacht een partner met een bemoedigend ‘kom maar, ik gooi het natte goed wel in de droger voor je’.

Misschien wacht er een vader of moeder met een droge handdoek, een bezorgd ‘Ach kind toch’ en vervolgens een warm kopje thee met een koekje.

Straks is men thuis, droog en warm. Dan kijkt men naar buiten en ziet hoe fietsers en voetgangers natregenen en wegwaaien en denkt “Wat een weer…”

Nieuwsgierige Age

Wat begon als een simpel persoonlijk tripje naar het herdenkingsmonument op de Waalsdorpervlakte eindigde een ervaring die ik nog lang zal koesteren.

Het monument bereik je via een lang klinkerpad. Na mijn tijd te hebben genomen bij het monument rolde ik op mijn gemak weer terug. Op driekwart van de terugweg naderde ik een vader met 2 kleine kinderen van achter. Mijn voorwieltjes zijn vrij massief en maken een ietwat ratelend geluid op klinkerpaden, en blijkbaar viel dat het zoontje in het gezelschap op. Na een paar keer omgekeken te hebben bleef hij staan en met een nieuwsgierige blik in zijn ogen wachtte hij me op. Toen ik eindelijk bij hem was keek hij me geïnteresseerd en vrolijk aan en vroeg “Maar…hoe gaat dat sturen dan eigenlijk?”. Ik legde hem het uit, deed voor hoe dat nou in z’n werk ging met zo’n rolstoel.

Inmiddels hadden we Papa en zusje ingehaald en bleef de kleine man , die Age bleek te heten, 5 jaar oud was en in Amsterdam geboren was, vragen en vertellen. Zijn vader verontschuldigde zich nog voor de nieuwsgierigheid en stelde zichzelf en zijn kinderen netjes voor.

Age vroeg zich vervolgens af hoe lang ik al in een rolstoel zat en waarom, of ik op mijn werk dan ook in mijn rolstoel bleef zitten (want tja, ik zat al op een stoel tenslotte) en of ik ook rondjes kon draaien. Geduldig legde ik alles naar tevredenheid uit, althans zo maakte ik op uit zijn tevreden geknik.

“En hoe gaat dat dan in je auto?” was de volgende vraag van Age. Zijn zusje vulde aan: “Zoeentje waar je helemaal in kan rijden!”. Dat ik vervolgens antwoordde met “Dat ga ik jullie zometeen laten zien als we bij de parkeerplaats zijn” deed hun nieuwsgierigheid alleen maar groeien.

Met grote interesse hebben ze staan kijken hoe ik mijn rolstoel in de auto zette. De uitleg over hoe de handbediening werkte vonden ze ook machtig mooi. Nadat kleine Age het portier voor mij had dichtgegooid was het tijd om te gaan. Al gedag zeggend en zwaaiend door het open raam namen we afscheid.

Het leuke van deze kinderen vond ik de oprechte interesse en het gebrek aan echte verbazing. Natuurlijk kan iemand in een rolstoel gewoon werken en autorijden, niks vreemds aan. Het precieze hoe en wat, ja daar waren ze wel benieuwd naar maar verder was het blijkbaar heel gewoon voor ze. Dat maakt het uitleggen en vertellen een heel stuk leuker.

Dus beste Age, Hanneke en Papa, ik ben met een glimlach van oor tot oor naar huis gereden. Bedankt!

Kastje-Muur-Kastje-Muur

Een verhaaltje in de categorie “Verbaas u niet, verwonder u slechts”

Medio September 2016 – aanvraag aanpassing handbike verstuurd.
29 December 2016 – toekenning voorziening – “Er is een bericht naar de leverancier verstuurd. zij nemen contact met u op voor een afspraak.”
Heden 6 Februari 2017 – Nog niets gehoord, dus maar eens de telefoon ter hand genomen.
Gemeente: “Er is op 3 Januari 2017 bericht naar Welzorg gegaan”
Ik: Ach, dan bel ik met Welzorg.
Welzorg: “Nee wij hebben nog niets in het systeem staan. Hebben ze het gemaild? Of via het aanvraagsysteem verstuurd?”
Ik: Geen idee, ik bel wel weer met de gemeente.
Gemeente: “Er is op 3 Januari een brief (!) verstuurd naar Welzorg in Breda. Nee ik kan u geen kopietje mailen, maar ik kan wel de brief nogmaals versturen.”
Ik: Misschien kan Welzorg nog iets gerichter zoeken nu we weten dat het om een brief gaat?
Welzorg: “Helaas mijnheer, we hebben ook geen brief in het systeem. Misschien kunnen ze het nog een keer sturen?”
Ik: “Beat ya to it. Verwacht m deze week in Breda”
Ik: *zucht* Had ik t nou maar als PGB aangevraagd in plaats van in bruikleen.

Totaal: 4 telefoontjes, ruim een uur in de wacht hangen, en nul resultaat. Lang leve gratis alternatieven voor 0900-nummers en handsfree bellen zullen we maar zeggen.

Opgedrongen gebed

Zomaar een donderdagmiddag…

Ik: Op weg terug naar kantoor na een ijskoud lunchrondje.
Vreemde: Stop naast me, kijkt me aan – *mompelmompel*
Ik: Sorry?
V: *mompelmompel* Bidden voor genezing *mompelmompel*
Ik: *grom* tis goed met je *vervolgt weg*
V: iets harder *mompel* Bidden! *mompel* Genezen! *mompel*
Ik: Nog chagrijniger “Flikker op, mafkees!” *rolt verder*
Collega die mee was: Ehm…okay. *hoort mijn eerdere ervaringen met dergelijke figuren aan* Oh. Wow.

En nu is het weekend…

TV kijken met uithoudingsvermogen

“Gezellig, een film kijken met een feestdagen.”
Niks mis met die gedachten. Het makkelijkste is om in de tv-gids te kijken wat er wordt uitgezonden en er eentje uit te kiezen.

Niet dat ik nu zoveel naar de ouderwetse tv-zenders kijk, maar vandaag viel mijn blik op de tv gids in de krant:

Bijna zes (!) uur moeten uittrekken om Return of the King op tv te zien? Mij niet gezien. De looptijd in de gids (355 minuten) minus de 5 minuten van het tussen programma en de 192 minuten van de film (192) laat maarliefsrt 163 minuten over voor reclames. Honderddrieënzestig minuten. Dat zijn ruim 20 reclameblokken van 8 minuten…het moet niet gekker worden.

En dan vraagt men zich nog af waarom zoveel mensen Netflix kijken of films downloaden.

Die jeugd van tegenwoordig he

Daar is het zo slecht nog niet mee gesteld.

Hét hartverwarmende moment van de week: zaterdag, koud maar zonnig weer, dus even naar het strand. Helemaal naar beneden een vrij steile en lange helling. Naar beneden is altijd makkelijk, omhoog gaat wel zelf maar is een behoorlijke training. Even van het zonnetje en de zeewind genieten en weer terug omhoog. De helling blijkt wat steiler dan verwacht en de verzuring zet al gauw in. Ik ben van plan om het helemaal zelf te gaan doen (koppig als ik ben), maar op driekwart vorder ik nog maar met twintig centimeter per slag.

Dan hoor ik voetstappen en kijk op. Twee jochies van drie turven hoog, een jaar of 7 á 8, komen me al pokémon-spelend tegemoed. “Moeten we helpen meneer?”, vraagt er eentje. Eigenlijk wil ik “Nee hoor dankje, dit is goed voor mijn conditie” zeggen (had ik al vermeld dat ik koppig ben?), maar mijn verzuurde schouders voorkomen dat. “Nou als jullie met z’n 2en een zetje willen geven, graag”. Met twee paar handjes op mijn rugleuning gaan de laatste meters net wat makkelijker. “Dat gaat een stuk makkelijker zo”, zeg ik. “We helpen graag mensen” hoor ik een van de twee achter me zeggen, zo nonchalant en vanzelfsprekend als het maar kan..
Boven aangekomen draai ik me om, steek m’n duim op en zeg “Dankjewel jongens!”.
“Alstublieft meneer. Doei!” zeggen ze en beginnen nogmaals aan de wandeling naar beneden. 

Mijn vertrouwen in de jeugd is weer wat gegroeid 

Het verval zet in

Het voordeel van een kort stekeltjeskapsel is dat je zelf, met de tondeuse, je haar kan kortwieken zonder dat je het kan verpesten. Elke vier á vijf weken en van voor naar achter en van links naar rechts en violá! Makkelijker kun je het niet maken.

Maar…dan dat moment waarop klaar bent, naar het hoopje haar voor je neus kijkt, en dan toch echt meerdere grijze haren ziet. Het valt echt niet meer te ontkennen, geen ‘ja maar dat is donkerblond, geen excuses.

Ik word grijs.

Oudere berichten

© 2019 Martijn Schrijft

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑