Martijn Schrijft

Een leven op rolletjes

Categorie: Persoonlijk (pagina 1 van 2)

‘Werkende gehandicapten zonder pensioen?’

Onlangs kwam dit in het nieuws:

Soms word ik een gewoon moedeloos, gefrustreerd en een beetje verdrietig van de maatschappij, de politiek en de journalistiek. Het politieke voornemen om het pensioen en minimumloon voor bepaalde mensen met een beperking af te schaffen bijvoorbeeld.

Natuurlijk is het voornemen zelf al te belachelijk voor woorden. Alhoewel? Als het kabinet het geld wat er met de maatregel bespaard wordt nu in actievere opsporing van CP bij foetussen en babies steekt, dan komt men er sneller achter. Verruim de definitie van euthanasie en ‘ondraaglijk lijden’ en men is er vanaf vóór de kosten uit de hand gaan lopen. Al die onzelfstandige, dure, zorgbehoevende gehandicapten, je hebt er alleen maar last van.
En al die gehandicapten die al die jaren tóch al zoveel zorggeld hebben gekost, daar kun je het pensioen wel flink van korten. Geven ze tenminste nog wat terug aan de maatschappij.
Heb ik het zo goed samengevat, mijnheer de minister-president?

Maar de berichtgeving er over, daar schort het ook nog flink aan. Zoveel vragen blijven onbeantwoord. Gaat het om álle werkende gehandicapten? Of alleen de parttimers? Of die met een gedeeltelijke uitkering? Die op een sociale werkplaats? En wat nu als ze onder een CAO vallen? Often contract hebben waar zwart op wit een salaris in staat vastgelegd? En wat valt er onder gehandicapt? Doof, blind, rolstoelgebruiker, autistisch, MS, kanker, geboren zonder arm of been? Moet ik, net als Noortje in het NOS-artikel met Cerebrale Parese, me zorgen gaan maken over mijn pensioen en salaris? Het zo zowel de politiek als de nieuwsmedia sieren als er wat duidelijker wordt gecommuniceerd.

Ik maak me niet gauw boos, of ik probeer dit soort nieuwsberichten zoveel mogelijk te negeren. Maar soms…soms komt het te dichtbij en kan ik het niet loslaten. En héél soms schrijf ik het van me af…

Wat een weer…

De regen plenst, de wind waait hard, de stad is nat en grijs

Mensen haasten zich te voet of te fiets van werk of school naar huis, half verzopen of ingepakt in lagen kunstof.

De een vloekt en moppert, overvallen door de hoeveelheid regen. De ander peddelt moedig tegen de wind in, goed voorbereid warm gehouden door regenpak of poncho.

Thuis wacht een partner met een bemoedigend ‘kom maar, ik gooi het natte goed wel in de droger voor je’.

Misschien wacht er een vader of moeder met een droge handdoek, een bezorgd ‘Ach kind toch’ en vervolgens een warm kopje thee met een koekje.

Straks is men thuis, droog en warm. Dan kijkt men naar buiten en ziet hoe fietsers en voetgangers natregenen en wegwaaien en denkt “Wat een weer…”

Nieuwsgierige Age

Wat begon als een simpel persoonlijk tripje naar het herdenkingsmonument op de Waalsdorpervlakte eindigde een ervaring die ik nog lang zal koesteren.

Het monument bereik je via een lang klinkerpad. Na mijn tijd te hebben genomen bij het monument rolde ik op mijn gemak weer terug. Op driekwart van de terugweg naderde ik een vader met 2 kleine kinderen van achter. Mijn voorwieltjes zijn vrij massief en maken een ietwat ratelend geluid op klinkerpaden, en blijkbaar viel dat het zoontje in het gezelschap op. Na een paar keer omgekeken te hebben bleef hij staan en met een nieuwsgierige blik in zijn ogen wachtte hij me op. Toen ik eindelijk bij hem was keek hij me geïnteresseerd en vrolijk aan en vroeg “Maar…hoe gaat dat sturen dan eigenlijk?”. Ik legde hem het uit, deed voor hoe dat nou in z’n werk ging met zo’n rolstoel.

Inmiddels hadden we Papa en zusje ingehaald en bleef de kleine man , die Age bleek te heten, 5 jaar oud was en in Amsterdam geboren was, vragen en vertellen. Zijn vader verontschuldigde zich nog voor de nieuwsgierigheid en stelde zichzelf en zijn kinderen netjes voor.

Age vroeg zich vervolgens af hoe lang ik al in een rolstoel zat en waarom, of ik op mijn werk dan ook in mijn rolstoel bleef zitten (want tja, ik zat al op een stoel tenslotte) en of ik ook rondjes kon draaien. Geduldig legde ik alles naar tevredenheid uit, althans zo maakte ik op uit zijn tevreden geknik.

“En hoe gaat dat dan in je auto?” was de volgende vraag van Age. Zijn zusje vulde aan: “Zoeentje waar je helemaal in kan rijden!”. Dat ik vervolgens antwoordde met “Dat ga ik jullie zometeen laten zien als we bij de parkeerplaats zijn” deed hun nieuwsgierigheid alleen maar groeien.

Met grote interesse hebben ze staan kijken hoe ik mijn rolstoel in de auto zette. De uitleg over hoe de handbediening werkte vonden ze ook machtig mooi. Nadat kleine Age het portier voor mij had dichtgegooid was het tijd om te gaan. Al gedag zeggend en zwaaiend door het open raam namen we afscheid.

Het leuke van deze kinderen vond ik de oprechte interesse en het gebrek aan echte verbazing. Natuurlijk kan iemand in een rolstoel gewoon werken en autorijden, niks vreemds aan. Het precieze hoe en wat, ja daar waren ze wel benieuwd naar maar verder was het blijkbaar heel gewoon voor ze. Dat maakt het uitleggen en vertellen een heel stuk leuker.

Dus beste Age, Hanneke en Papa, ik ben met een glimlach van oor tot oor naar huis gereden. Bedankt!

Kastje-Muur-Kastje-Muur

Een verhaaltje in de categorie “Verbaas u niet, verwonder u slechts”

Medio September 2016 – aanvraag aanpassing handbike verstuurd.
29 December 2016 – toekenning voorziening – “Er is een bericht naar de leverancier verstuurd. zij nemen contact met u op voor een afspraak.”
Heden 6 Februari 2017 – Nog niets gehoord, dus maar eens de telefoon ter hand genomen.
Gemeente: “Er is op 3 Januari 2017 bericht naar Welzorg gegaan”
Ik: Ach, dan bel ik met Welzorg.
Welzorg: “Nee wij hebben nog niets in het systeem staan. Hebben ze het gemaild? Of via het aanvraagsysteem verstuurd?”
Ik: Geen idee, ik bel wel weer met de gemeente.
Gemeente: “Er is op 3 Januari een brief (!) verstuurd naar Welzorg in Breda. Nee ik kan u geen kopietje mailen, maar ik kan wel de brief nogmaals versturen.”
Ik: Misschien kan Welzorg nog iets gerichter zoeken nu we weten dat het om een brief gaat?
Welzorg: “Helaas mijnheer, we hebben ook geen brief in het systeem. Misschien kunnen ze het nog een keer sturen?”
Ik: “Beat ya to it. Verwacht m deze week in Breda”
Ik: *zucht* Had ik t nou maar als PGB aangevraagd in plaats van in bruikleen.

Totaal: 4 telefoontjes, ruim een uur in de wacht hangen, en nul resultaat. Lang leve gratis alternatieven voor 0900-nummers en handsfree bellen zullen we maar zeggen.

Opgedrongen gebed

Zomaar een donderdagmiddag…

Ik: Op weg terug naar kantoor na een ijskoud lunchrondje.
Vreemde: Stop naast me, kijkt me aan – *mompelmompel*
Ik: Sorry?
V: *mompelmompel* Bidden voor genezing *mompelmompel*
Ik: *grom* tis goed met je *vervolgt weg*
V: iets harder *mompel* Bidden! *mompel* Genezen! *mompel*
Ik: Nog chagrijniger “Flikker op, mafkees!” *rolt verder*
Collega die mee was: Ehm…okay. *hoort mijn eerdere ervaringen met dergelijke figuren aan* Oh. Wow.

En nu is het weekend…

Die jeugd van tegenwoordig he

Daar is het zo slecht nog niet mee gesteld.

Hét hartverwarmende moment van de week: zaterdag, koud maar zonnig weer, dus even naar het strand. Helemaal naar beneden een vrij steile en lange helling. Naar beneden is altijd makkelijk, omhoog gaat wel zelf maar is een behoorlijke training. Even van het zonnetje en de zeewind genieten en weer terug omhoog. De helling blijkt wat steiler dan verwacht en de verzuring zet al gauw in. Ik ben van plan om het helemaal zelf te gaan doen (koppig als ik ben), maar op driekwart vorder ik nog maar met twintig centimeter per slag.

Dan hoor ik voetstappen en kijk op. Twee jochies van drie turven hoog, een jaar of 7 á 8, komen me al pokémon-spelend tegemoed. “Moeten we helpen meneer?”, vraagt er eentje. Eigenlijk wil ik “Nee hoor dankje, dit is goed voor mijn conditie” zeggen (had ik al vermeld dat ik koppig ben?), maar mijn verzuurde schouders voorkomen dat. “Nou als jullie met z’n 2en een zetje willen geven, graag”. Met twee paar handjes op mijn rugleuning gaan de laatste meters net wat makkelijker. “Dat gaat een stuk makkelijker zo”, zeg ik. “We helpen graag mensen” hoor ik een van de twee achter me zeggen, zo nonchalant en vanzelfsprekend als het maar kan..
Boven aangekomen draai ik me om, steek m’n duim op en zeg “Dankjewel jongens!”.
“Alstublieft meneer. Doei!” zeggen ze en beginnen nogmaals aan de wandeling naar beneden. 

Mijn vertrouwen in de jeugd is weer wat gegroeid 

Het verval zet in

Het voordeel van een kort stekeltjeskapsel is dat je zelf, met de tondeuse, je haar kan kortwieken zonder dat je het kan verpesten. Elke vier á vijf weken en van voor naar achter en van links naar rechts en violá! Makkelijker kun je het niet maken.

Maar…dan dat moment waarop klaar bent, naar het hoopje haar voor je neus kijkt, en dan toch echt meerdere grijze haren ziet. Het valt echt niet meer te ontkennen, geen ‘ja maar dat is donkerblond, geen excuses.

Ik word grijs.

Sterrenkijken bij de fysio

Voor alles is een eerste keer. Waar een afspraak bij de fysio normaliter 100% routine is met hooguit een beetje spierpijn na afloop was het dit keer anders. Een klein spiertje ergens naast mijn rechter schouderblad bleek een beetje in de knoop te zitten. Door een zorgvuldig geplaatste duim van mijn fysiotherapeut kwam ik er achter dat het een heel venijnig knoopje was.

Met een mix van een grom en een kreun verbloemde ik een voorzichtige vloek. “Dat is een gevoelig plekje geloof ik” hoorde ik achter me, terwijl de duim op dezelfde plek bleef masseren. Ik ben niet echt kleinzerig en meestal zakt zo’n pijntje snel weg, maar deze keer niet. Na tien seconden doorbijten kreeg ik even pauze. Bij wijze van grap lachte als een boer met kiespijn “Auw, ik zou er bijna sterretjes van gaan zien”. Blijkbaar vond mijn lichaam dat geen leuk grapje, want het voegde gelijk daad bij woord. Sterretjes voor mijn ogen en een gevoel alsof het bloed uit mijn hersenen vertrok.

Blijkbaar viel het op: “Je ziet een beetje bleek, gaat het?”. Na een paar keer diep ademhalen, een plens koud water over mijn gezicht en een glas water te hebben gedronken voelde ik me gelukkig iets beter. De door mijn fysio gepakte bloeddrukmeter deed haar echter een beetje fronzen. “Nou, dat is wat aan de lage kant, en 46 slagen per minuut is niet echt veel.”. Nog een glas water en een kop thee met veel suiker later kregen de kleur van mijn gezicht en mijn bloeddruk de goedkeuring van mijn fysio en mocht ik na een “Rij voorzichtig!” toch alsnog de deur uit.

De moraal van dit verhaal? Blijkbaar moet ik niet de bikkel uit willen hangen en door de pijn heen gaan. Gewoon op tijd zeggen dat het net ff te gevoelig is is blijkbaar verstandig. Goh…

Oh, en voor het geval mijn moeder dit leest: het gaat inmiddels weer prima dus maak je geen zorgen. 😉 

Religiebalans

Een zaterdagmiddag als zovelen. Gewoon op mijn gemakje rustig aan het cruisen door de binnenstad. Ineens hoor ik “Pardon meneer, mag ik wat vragen?” naast me. Een voorbijganger spreekt me beleefd aan. Sociaal als ik ben antwoord ik “Natuurlijk”.
Hij: “Wat betekent Kerst voor u?”
Ik (tevergeefs zoekend naar zijn reclamefolders, donateurslijst of ander aanknopingspunt voor zijn bedoeling): “Ehh, vrije tijd, gezelligheid?”
Hij: “Juist ja, en cadeautjes?”
Ik: “Neuh, dat niet perse.”

Hoe de conversatie daarna precies verliep heb ik niet exact onthouden omdat mijn bullshitfilter vrij snel in werking trad. Hij bleek namelijk een Evangelist Incognito!
De beste man begon over religie, Jezus en de bijbel, waarop ik hem beleefd meldde dat ik niet religieus was.
“Maar Jezus was ook niet religieus” antwoordde hij daar op. Juist ja.
Toen bood hij mij vervolgens een klein informatief foldertje. Vriendelijk doch resoluut sloeg ik dat af. “Dankjewel maar ik denk dat je daar iemand anders meer een plezier mee kon doen.”

Dat had ik niet moeten zeggen. Mijnheer kreeg door dat ik niet zomaar over te halen was en schakelde een tandje bij. Na nog geen twee zinnen over genezen, en weetikveel heb ik hem resoluut afgekapt: “Als je daar over begint beëindig ik het gesprek.”.
Op het moment dat ik me wilde omdraaien en verder rollen groef hij zijn kuil nog wat dieper: “Geloof je in wonderen? Nee? Want jij bent ook een wonder.”.
Na een kort en nors “Zo is het genoeg.” heb ik hem de rug toegekeerd en heb ik enigszins chagerijnig mijn weg vervolgd.

Hoe anders verliep een gesprek nog geen half uur later toen ik ergens een kop koffie wilde gaan drinken. Omdat alle tafels bezet waren vroeg ik een oudere man die alleen aan een grote tafel zat of ik aan mocht schuiven. Vervolgens hebben we een tijdje zitten praten  over zijn geloof in God, Christus, aliens, zijn kunst, zijn 10+ jaar alcoholvrij zijn, en zijn vandaag 6 jaar overleden vrouw. Enigszins ontroerd vertelde hij dat hij haar miste en dat hij zich soms alleen en onzichtbaar voeldein de wereld.
Ik heb hem heel oprecht verteld dat hij mijn negatieve ervaring eerder op de middag een positieve impuls heeft gegeven en dat een mens ook onbedoeld en onbewust zichtbaar kan zijn. Zijn gezicht klaarde op en hij bedankte me voor mijn eerlijkheid. Na een kleine drie kwartier hebben we elkaar de hand geschud en zijn we beiden met een blij gemoed vertrokken.

De moraal van dit verhaal? Een dialoog is zoveel prettiger dan een discussie.

Herdenken op de Waalsdorpervlakte

Wat was de dodenherdenking op de Waalsdorpervlakte dit jaar een ervaring…
Vorig jaar om 19:15 in de rij aangesloten en om 21:15 weer terug naar huis. Dit jaar om 19:15 achteraan gesloten en uiteindelijk om 22:45 uur pas bij het monument. In het donker, in de miezerregen. Tel daar bij op het feit dat de grote Bourdonklok na een uur stuk ging, alleen de vogels en het zachte gepraat van de bezoekers waren nog hoorbaar.

De laatste 50 meter en het monument zelf waren nog wel het indrukwekkendst. Totale stilte en alleen het licht van de fakkels naast het monument maakten dit een van de meest indringende ervaringen. Ergens in je achterhoofd zwerft stiekem de gedachte ‘Waarom sta ik hier dik drie uur in de kou en regen?’, maar dat wordt zo verschrikkelijk insignificant als je voor het monument staat en je je beseft waar het voor is en wat er daar in dat duingebied allemaal is gebeurd. Niet alleen het monument en de klok, maar zeer zeker ook de diverse herdenkingskruizen in de duinen die de plekken markeren waar de verzetsstrijders zijn gefusilleerd zijn daar een tastbare herinnering aan.

Oudere berichten

© 2019 Martijn Schrijft

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑