Martijn Schrijft

Een leven op rolletjes

Categorie: Persoonlijk (pagina 2 van 2)

Koperwerk

Maandag 2 september 2002, dat was de dag. De dag dat ik aan mijn allereerst echte baan begon. Vers van school en nog zo groen als gras mocht ik proberen mij een werkritme aan te meten. En spannend dat dat was! Een nieuwe omgeving, nieuwe materie en nieuwe mensen die ik mijn collega’s mocht noemen. Ik was met afstand de jongste van de afdeling, bij sommige collega’s moest ik oppassen geen u te zeggen.

Inmiddels zijn we 12,5 jaar verder en vier ik mijn koperen ambtsjubileum. Nog altijd werk ik voor dezelfde werkgever (al ie die wel al 4 keer van naam veranderd) en zelf ook nog met een aantal dezelfde collega’s. Eigenlijk behoor ik nu zelf ook tot de oudgedienden en dat voelt best vreemd. In al die jaren heb ik heel veel geleerd. Zowel op professioneel als op persoonlijk gebied ben ik een flink stuk wijzer geworden.

Afgelopen dinsdag stond de hele afdeling even stil bij mijn mijlpaal. De chef gaf een mooie speech waar ik een beetje verlegen van werd. Zoveel lovende en aardige woorden, en dan ook nog voor een flink publiek, dat ben ik niet gewend. Toch heb ik me prima vermaakt en denk ik er met plezier aan terug. Het samenzijn werd afgesloten met een mooie bos bloemen en een stapel vlaaien voor de hele afdeling waar een heel weeshuis mee gevoed kon worden. Vooraf had ik geen idee wat ik moest verwachten maar ik kan oprecht zeggen “Chef en collega’s, bedankt!”

Of ik mijn volgende jubileum bij dezelfde baas ook nog haal weet ik niet, maar ik heb me uitstekend vermaakt dus ik teken voor nog zo’n jubileum. Op naar de 25!

Zwarte Piet maakt mijn Sinterklaas

Nee, geen post over de Zwarte Pietendiscussie, dat laat ik aan anderen over. Op de dag van de intocht van Sinterklaas maakte een mini-Piet mijn dag. Wat zeg ik? Mijn hele week!

Net als zo ongeveer alle voorgaande jaren heb ik om 12.00 uur de landelijke intocht op televisie zitten kijken. De verstrooidheid van Opa Piet, de Paraplu Piet, de uit het Pietenhuis vrijgelaten Hoofd Piet, Pietje Paniek, het heeft me prima vermaakt. Echter, de tv-intocht was niet het hoogtepunt…

Aan het einde van de middag dacht ik nog even een boodschap in de stad te kunnen doen. Groot was mijn verbazing toen het laatste stukje van mijn beoogde fietsroute werd geblokkeerd door de intocht van de Sint in Den Haag. Wat doe je er aan? Helemaal niks. Een stukje achteraf onder een luifel heb ik met veel plezier naar de parade van Pieten zitten kijken. Ietwat achterin de stoet liepen twee groepen met daartussen nogal een gat. In dat gat liep een mini-Pietje van een jaar of 8, nog geen meter hoog. Op zijn gemak vooruitslenterend keek hij tevreden om zich heen en was mij bijna voorbij toen het gebeurde.

Hij keek van links naar rechts en weer vooruit, weer naar rechts, zag mij en kwam abrupt tot stilstand. Mini Piet liep op mij af, zijn handje verdween in zijn zak en kwam gevuld met  snoep weer tevoorschijn. Zonder een woord te zeggen werd mijn hand gevuld met strooigoed, en na een ‘Dankjewel Piet’ van mij sloot hij weer aan bij de stoet. Ik bleef achter een enorme glimlach op mijn gezicht.

Dit handje snoep is het meest gewaardeerde Sinterklaascadeau in jaren geweest. Dankjewel Mini Piet!

Captian Obvious en het wagentje

Er zijn mij al heel wat nutteloze en ondoordachte vragen gesteld over mijn rolstoel, mijn handicap en mijn hulpbehoefte. Onlangs is er echter weer een hoog genoteerde nieuwe binnenkomer op de lijst gekomen.

Net op mijn werk aangekomen, geparkeerd en mijn rolstoel aan het uitladen staan er 2 mensen buiten te roken en mij gade te slaan.
Man: “Lukt het of heb je hulp nodig?”
Ik:  “Het lukt me altijd prima zelf, dus dat zal nu niet anders zijn.”
Man: “Ja dat dacht ik al wel maar ik denk ik vraag het toch.”
Ik: “De volgende keer dat je dat vermoeden al hebt kun je jezelf de moeite besparen.”
Man: “Mag ik wat vragen? Hoeveel van die wagentjes heb je eigenlijk?”
Ik: “Allereerst, wagentje is een beetje ongepaste benaming, het is een rolstoel. En ik heb er één.”
Man: “Ja, oh, haha. Ja maar ik vind het toch maar knap hoe je dat doet.”
Ik: “Ach ja, ik vind het ook knap hij jij loopt.”
Vrouw: “Zo. Ja nou zijn we uitgeluld.”

En dat allemaal vroeg op de morgen nog vóórdat ik aan de koffie zat. Er zit geen negatieve bedoeling achter dat soort vragen, maar soms ontbreekt bij mij de zin om beleefd te blijven. Gelijk afserveren die handel, hebben ze nog wat om over na te praten tijdens de tweede peuk.

Het kast-dilemma

Wie weet het? Moet iemand het weten? Wil ik dat iemand het weet? 

Allemaal vragen die weleens voorbij komen, zijn gekomen of later nog gaan komen. Vragen over het kast-dilemma. In de tijd dat ik zelf nog in die spreekwoordelijke kast zat heb ik mijzelf die vragen vaak gesteld. Soms was het makkelijk om dat met mensen te delen, maar soms ook lastig.

Je zou je er niet druk om hoeven maken, het zou mensen niet bezig moeten houden, en het zou ze geen zier moeten schelen. Velen boeit het ook niet waarschijnlijk. Maar hoe moet iemand die met zijn of haar ‘anders-zijn’ worstelt dat weten? De onzekerheid van het niet weten of je een positieve reactie krijgt, een onverschillig ‘Joh, wat maakt dat nou uit?’ of een afkeurende blik of opmerking maakt het soms lastig om zo’n persoonlijk onderwerp te delen.

Niet zo zeer voor mij, maar voor alle LBGT+ medemensen in de samenleving: laat het merken dat je ze steunt, dat het je helemaal niks uitmaakt, dat je vindt dat iedereen zichzelf mag zijn. Dat geeft ze misschien net dat beetje extra steun om die kastdeuren open te zwaaien en te zeggen “Kijk, dit ben ik, mijn eigen, vrije, blije ik.”

Misschien zien de mensen die er tegen zijn dan ook dat ze in de minderheid zijn, en kunnen ze worden aangesproken op foute uitspraken of kwetsende acties. Laat het tolereren aan hen en ga zelf voor de acceptatie.
Daar wordt de wereld net weer een beetje vrolijker van.

Oh dus je bent helemaal niet verlamd?

“Oh dus je bent helemaal niet verlamd? ”
“Hé, je kunt gewoon staan!”

Een paar van de uitspraken die mensen doen als men hoort dat ik geen dwarslaesie heb, maar cerebrale parese.  In het Engels noemen ze zoiets een assumption. En daar zeggen ze weer over “Assumptions are the mother of all f*ckups“. Nu wil ik niet zo ver gaan om te beweren dat deze specifieke aannames ook zo’n up zijn, maar vermoeiend is het wel.

Mensen doen aannames, heel veel en heel vaak. Ik weet dat men bij een rolstoel al heel gauw aan een dwarslaesie denkt, maar er zijn nog zoveel meer redenen om een rolstoel te gebruiken. Sommige mensen hebben wel van cerebrale parese gehoord, maar hebben ook dáár weer een stereotype beeld van:
“Cerebrale parese? Maar je maakt helemaal geen rare bewegingen!”
“Cerebrale parese? Maar je spraak is zo gewoon!”
Buiten het feit dat het aannames zijn, zijn ze ook nog eens behoorlijk lomp geformuleerd. Sorry dat ik niet aan je verwachting voldoe. En sorry dat jouw beeldvorming nu ineens door de war wordt gegooid.

Nou ja, sorry? Niet bepaald. Eerder een tikkeltje onbeleefd. Dat de werkelijkheid niet aan een verwachting voldoet is één ding. Maar wees dat wel zo netjes om je reactie een beetje op de vlakte te houden. Leer er van en verbeter jezelf. Want anders fucked zo’n assumption je straks nog eens een keertje up. Dan maakt mijn arm misschien ineens wél een ongecontroleerde beweging. En mijn armen zitten voor de gemiddelde mens op kruishoogte. U bent gewaarschuwd…

Vooroordelen in de supermarkt

Terwijl ik op mijn dooie gemak boodschappen aan het doen ben in de supermarkt loopt er een paar keer een jochie van een jaar of 6 á 7 voorbij. Hij kijkt me aan, ik knik beleefd and glimlach. Een gangpad verder komt hij weer voorbij en staat voor mijn neus stil. Zijn blik herken als die van een kind dat in zijn hoofd een vraag als “Waarom zit jij in een rolstoel?” aan het formuleren is.

Ik heb mijn vaste antwoord al paraat als het knulletje zijn mond opent en vraagt “Doe jij ook boodschappen?”. Ietwat verbaasd en van mijn apropos ben ik een seconde stil, waarna ik alleen maar kan grinniken en kan antwoorden “Ja, inderdaad.”. Blijkbaar volstaat dat antwoord, want na een tevreden blik en een kort “Oh, ok.” draait de nieuwsgierige jongeman zich om en ging op zoek naar zijn ouders. Niks geen verwondering over het stuk metaal waarmee ik mij voortbewoog, maar simpelweg een verificatie of ik met het zelfde doel in de supermarkt was als de rest van de mensen.

Wat kan het leven toch simpel zijn. Mij laat hij in ieder geval achter met de realisatie dat vooroordelen dus ook de andere kant op kunnen werken.

Schijtherfst

De bladeren beginnen weer te vallen, de herfst is in aantocht. De herfst is mooi om te zien, maar af en toe ook te verfoeien.

Een rolstoel heeft wielen, wielen hebben banden, banden hebben profiel met groeven. En in die groeven kan van alles blijven zitten. Zand, aarde, kleine steentjes, modder.
En poep. Hondenpoep.

Die hondenpoep moet dan uit die groeven gekregen zien te worden met een takje, een zakdoekje, of een vork. Een speciale hondenpoepvork, eentje die nergens anders voor wordt gebruikt. Je avondeten naar binnen werken met een vork die met hondenpoep in contact is geweest is namelijk geen smakelijk idee, hoe goed je die vork ook schoonmaakt.

Er zijn maar weinig dingen die viezer zijn dan door een hondendrol rijden met je rolstoel. Een daarvan is niet doorhebben dat je door hondenpoep rijdt en het op je hand krijgen. Of op de mouw van je jas. Of poepsporen op je vloerbedekking maken. Of de doordringende, weeïge lucht  van verse hondenpoep door je hele huis ruiken.

Aan de andere kant is het ook je eigen schuld kun je denken. Hondenbolussen kun je ontwijken als je een beetje oplet, dat is waar. Maar de herfst heeft gewoon een schijthekel aan je oplettendheid. De herfst bedekt de smeuïge taartjes met een mooi bruin bladerdek en maakt er een hinderlaag van. Stinkende,  bruine,verborgen bommetjes die niet kunnen wachten tot ze zich in de groeven van je banden kunnen nestelen.

Lang leve de schijtherfst, met zijn stinkende mijnenveld-verbergend veelkleurige bladerdek

Hallo wereld!

Welkom in mijn hoekje van het internet.

Nieuwere berichten

© 2019 Martijn Schrijft

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑