Er zijn mij al heel wat nutteloze en ondoordachte vragen gesteld over mijn rolstoel, mijn handicap en mijn hulpbehoefte. Onlangs is er echter weer een hoog genoteerde nieuwe binnenkomer op de lijst gekomen.

Net op mijn werk aangekomen, geparkeerd en mijn rolstoel aan het uitladen staan er 2 mensen buiten te roken en mij gade te slaan.
Man: “Lukt het of heb je hulp nodig?”
Ik:  “Het lukt me altijd prima zelf, dus dat zal nu niet anders zijn.”
Man: “Ja dat dacht ik al wel maar ik denk ik vraag het toch.”
Ik: “De volgende keer dat je dat vermoeden al hebt kun je jezelf de moeite besparen.”
Man: “Mag ik wat vragen? Hoeveel van die wagentjes heb je eigenlijk?”
Ik: “Allereerst, wagentje is een beetje ongepaste benaming, het is een rolstoel. En ik heb er één.”
Man: “Ja, oh, haha. Ja maar ik vind het toch maar knap hoe je dat doet.”
Ik: “Ach ja, ik vind het ook knap hij jij loopt.”
Vrouw: “Zo. Ja nou zijn we uitgeluld.”

En dat allemaal vroeg op de morgen nog vóórdat ik aan de koffie zat. Er zit geen negatieve bedoeling achter dat soort vragen, maar soms ontbreekt bij mij de zin om beleefd te blijven. Gelijk afserveren die handel, hebben ze nog wat om over na te praten tijdens de tweede peuk.