Wie weet het? Moet iemand het weten? Wil ik dat iemand het weet? 

Allemaal vragen die weleens voorbij komen, zijn gekomen of later nog gaan komen. Vragen over het kast-dilemma. In de tijd dat ik zelf nog in die spreekwoordelijke kast zat heb ik mijzelf die vragen vaak gesteld. Soms was het makkelijk om dat met mensen te delen, maar soms ook lastig.

Je zou je er niet druk om hoeven maken, het zou mensen niet bezig moeten houden, en het zou ze geen zier moeten schelen. Velen boeit het ook niet waarschijnlijk. Maar hoe moet iemand die met zijn of haar ‘anders-zijn’ worstelt dat weten? De onzekerheid van het niet weten of je een positieve reactie krijgt, een onverschillig ‘Joh, wat maakt dat nou uit?’ of een afkeurende blik of opmerking maakt het soms lastig om zo’n persoonlijk onderwerp te delen.

Niet zo zeer voor mij, maar voor alle LBGT+ medemensen in de samenleving: laat het merken dat je ze steunt, dat het je helemaal niks uitmaakt, dat je vindt dat iedereen zichzelf mag zijn. Dat geeft ze misschien net dat beetje extra steun om die kastdeuren open te zwaaien en te zeggen “Kijk, dit ben ik, mijn eigen, vrije, blije ik.”

Misschien zien de mensen die er tegen zijn dan ook dat ze in de minderheid zijn, en kunnen ze worden aangesproken op foute uitspraken of kwetsende acties. Laat het tolereren aan hen en ga zelf voor de acceptatie.
Daar wordt de wereld net weer een beetje vrolijker van.