De bladeren beginnen weer te vallen, de herfst is in aantocht. De herfst is mooi om te zien, maar af en toe ook te verfoeien.

Een rolstoel heeft wielen, wielen hebben banden, banden hebben profiel met groeven. En in die groeven kan van alles blijven zitten. Zand, aarde, kleine steentjes, modder.
En poep. Hondenpoep.

Die hondenpoep moet dan uit die groeven gekregen zien te worden met een takje, een zakdoekje, of een vork. Een speciale hondenpoepvork, eentje die nergens anders voor wordt gebruikt. Je avondeten naar binnen werken met een vork die met hondenpoep in contact is geweest is namelijk geen smakelijk idee, hoe goed je die vork ook schoonmaakt.

Er zijn maar weinig dingen die viezer zijn dan door een hondendrol rijden met je rolstoel. Een daarvan is niet doorhebben dat je door hondenpoep rijdt en het op je hand krijgen. Of op de mouw van je jas. Of poepsporen op je vloerbedekking maken. Of de doordringende, weeïge lucht  van verse hondenpoep door je hele huis ruiken.

Aan de andere kant is het ook je eigen schuld kun je denken. Hondenbolussen kun je ontwijken als je een beetje oplet, dat is waar. Maar de herfst heeft gewoon een schijthekel aan je oplettendheid. De herfst bedekt de smeuïge taartjes met een mooi bruin bladerdek en maakt er een hinderlaag van. Stinkende,  bruine,verborgen bommetjes die niet kunnen wachten tot ze zich in de groeven van je banden kunnen nestelen.

Lang leve de schijtherfst, met zijn stinkende mijnenveld-verbergend veelkleurige bladerdek